Als Groningse slagerszoon zocht hij zijn heil in de textielbranche. Hij werd handelsvertegenwoordiger en als zodanig door een twentse textiel onderneming in de jaren vijftig gestationeerd in Afrika.
Begin jaren zestig begon hij een eigen handelshuis. Zo bouwde hij een respectabel netwerk op van bv's, zowel in binnen als in buitenland. Veel geld viel te verdienen door handel via sluiproutes (oa. door tussenhandel in Oost Europa). J. K. Leutscher kende ze allemaal en maakte er driftig gebruik van. Zo kwam hij begin jaren zeventig dan ook in aanraking met de fiscus. Een chaotische boekhouding en een textielhandelaar die zijn eigen producten niet wenste te herkennen voorkwam uiteindelijk vervolging. J. K. Leutscher was de dans ontsprongen.
Voor de zekerheid stortte hij zich op een andere lucratieve markt: het opkopen van in liquiditeitsproblemen geraakte ondernemingen. Daarbij kreeg hij steun van zijn huisbank Slavenburg. Deze werden dan ontmanteld: de productie eenheden werden aan de concurrent verkocht, het onroerend goed aan beleggers en handelaren. De kunst was de aandelen van het bedrijf via een bodem prijs op te kopen: dan was maximale winst verzekerd. Alle trucs werden daarvoor uit de kast gehaald: heimelijk opkopen, vage afspraken, valse beloftes. Het ging midden jaren zeventig een aantal keren mis: bij Amsterdam Rubber en bij de Exota-limonade fabriek. Bij Amsterdam Rubber was de concurrentie te groot, hetgeen Leutscher en in feite Slavenburg's Bank met wiens geld hij werkte, miljoenen kostte. Bij Exota weigerde hij het afgesproken bedrag te betalen. Dit leidde na een record aantal rechtzaken in 1988 tot zijn persoonlijke faillissement. Onlangs nog diende hij een claim van 20 miljoen in bij de VARA omdat die door het in de publiciteit brengen van ontploffende EXOTA flesjes de fabriek onevenredig schade had toegebracht.
Via het ontmantelen van bedrijven kwam J. K. Leutscher in de onroerend goed handel terecht. Toen rond 1980 een aantal roemruchte amsterdamse onroerend goedspeculanten failliet werden verklaard sloeg hij zijn slag. Hij had vooral interesse voor kraakpanden, die waren voor dumpprijzen te koop. Maar inmiddels was de fiscus hem weer op het spoor gekomen. Gelijk met Slavenburg's Bank werd de handel en wandel van J. K. Leutscher doorgelicht. Dit leidde tot en vordering van enkele miljoenen niet betaalde belastinggelden. Het was zo gek niet of Leutscher had het niet betaald. In 1984 wordt hij door de rechtbank veroordeeld tot een boete van een miljoen gulden en een jaar gevangenisstraf. In hogerberoep wordt de zaak geseponeerd omdat de redelijke termijn versterken was. Inmiddels is J. K. Leutscher in Spanje gaan wonen en heeft hij de spaanse nationaliteit. Zo hoopt hij definitief buiten het bereik van de belastingdienst en zijn schuldeisers te blijven.
In 1988 is er bij het Speculatie Onderzoekskollectief (SPOK) een paperback verschenen over de handel en wandel van J. K. Leutscher: "Dossier Leutscher"