Op 9 februari 1988 werd Leutscher failliet verklaard. Hiermee lijkt een einde gekomen te zijn aan een gevecht dat Leutscher 17 jaar geleden begon....
In eerste instantie zag het er allemaal zo simpel uit. De samen met Slavenburgs opgezette merger-service leverde onvoldoende kandidaten op, wat is dan eenvoudiger voor een bank dan slachtoffers onder haar eigen klanten te zoeken?
De Van Tuyns limonadefabriek in Dongen leek het ideale voorbeeld. Dit familiebedrijf was in de problemen gekomen door de Exota- affaire. Bovendien veranderde er het een en ander op de frisdrankmarkt en als klap op de vuurpijl werd de accijns op frisdrank ingevoerd. Desondanks meent de direktie dat het bedrijf het ergste heeft gehad en dat het het komende jaar, 1972, beter zal gaan. Dan slaat Slavenburg toe. Zonder waarschuwing of uitleg verlagen ze het krediet van het bedrijf van 1,5 miljoen naar krap 6 ton. De Van Tuyns krijgen niets te horen, maar de bank is wel zo vriendelijk het G.A.K. in te lichten: het bedrijf zou binnenkort zijn sociale premie's niet meer kunnen betalen...
Zoiets is de eerste aanzet tot een faillissement. Leutscher is dan al eens op de fabriek aan het neuzen geweest met Zeeman, een accountant van Slavenburg. De plannen liggen klaar. Wat er ook met de fabriek zal gebeuren, voor de samenzweerders valt er altijd een grote winst te behalen. In december 1971 barst de bom. Slavenburg zegt zijn vertrouwen in de direktie op en schuift Leutscher als enig alternatief naar voren. Een zestal familieleden kiest onmiddellijk eieren voor haar geld. Ze laten zich met een fooi afkopen. Leutscher bezit nu een (krap) meerderheidsbelang.
Met de 5 anderen heeft Leutscher wat meer problemen. Uiteindelijk zien ook zij geen andere mogelijkheid dan hun aandelen te verkopen en hun banen te verliezen. Beter dat dan failliet gaan. Ze sluiten op 10 januari 1972 een overeenkomst. Hierin staat onder meer dat Leutscher hun aandelen zal overnemen voor de waarde die het bedrijf op de balans over 1971 zal hebben, plus een gulden. Zoals ze bij de maffia zeggen:" jullie moeten ook je winst hebben..."
Leutscher is in die periode voor de Van Tuyns nauwelijks bereikbaar. Altijd op reis en zo. Tegenwoordig zou hij zeggen: "Ik ben voorlopig in Spanje." Bij Slavenburg hebben Veltena en Augustin daar minder moeite mee. Ze hebben zowat dagelijks kontakt met Leutscher. Het eerste wat ze samen regelen: Slavenburg verhoogt het krediet weer, en Leutscher gaat alvast wat onroerend goed van het bedrijf verkopen.
Dat Leutscher niet van plan is limonadeboer te worden, staat van te voren al vast. Het mag dan ook niet verrassend heten dat hij kontakt opneemt met de grootste konkurrent van de fabriek, SKOL. SKOL, een dochteronderneming van de multinational Allied Breweries, is dan al jaren bezig kleinere bedrijven op te kopen. Op 16 maart 1973 sluit Leutscher een kontrakt met SKOL. De aandelen van de bangste groep van Van Tuyns, "de witten" in Leutschers terminologie, kan hij dan al leveren. Met "de zwarten", waarmee hij op 10 januari 1972 een overeenkomst had gesloten, ligt het wat moeilijker. Die willen eerst weten wat ze betaald zal worden. Zoiets valt niet mee. Want waar Leutscher in een bedrijf verschijnt, verdwijnt de boekhouder. Een behoorlijke balans kan niet opgesteld worden. Niet dat dat Leutscher zoveel kan schelen, hij was van het begin af aan al nooit van plan geweest iets te betalen.
Voor de Van Tuyns ligt dat wat anders. Want Leutscher kan nu wel zo leuk aan SKOL verkopen, de aandelen die zij hebben, krijgt hij niet voor er geld op tafel komt. Geld is wel het laatste wat ie wil geven. Hij weet wel iets beters.
Ook Slavenburg speelt het bedriegersspelletje rustig mee. Zo biedt mr. Veltena op een goed moment een cheque van twee ton aan. Maarrr, de cheque is maar tot 50 gulden gedekt. Het lijkt wel of je met tweedehands-autohandelaars in plaats van bankiers te maken hebt. SKOL kan het allemaal niet meer aanzien. In een poging de impasse te doorbreken, geven ze de Van Tuyns een renteloze lening van fl.2.000.000,-. Terug te betalen als Leutscher betaald heeft. Hoe naïef ze waren...