tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

TEXTIEL-VEREDELING

Je koopt hier of elders in de wereld een lap stof (in jargon: ruwdoek). Je stuurt dit naar een Derde Wereldland en daar laat je het voor een schijntje wordt bewerkent. Er wordt een motiefje op gedrukt, eventueel laat je er ook nog een kledingstuk van naaien. De afgewerkte partij voer je daarna in Nederland in en verkoopt die onmiddellijk door. Uiteindelijk ligt je handel dan ondermeer bij C&A in de winkel. Het enige wat in Nederland gedaan wordt is administreren. Fakturen van deze handel die zich elders, ver weg op de aardbol, afspeelt, zijn eenvoudig te vervalsen. Van wie die partijen textiel zijn in dat vage pakhuis in een of andere haven is moeilijk te achterhalen. Waar het allemaal vandaan komt en weer naar toe gaat, tja, dat weet niemand natuurlijk.

Textielveredeling, zoals dat heet, is kortom een fraude-gevoelige branche. Dit moet Leutscher handenwrijvend bedacht hebben toen hij voor zichzelf begon.

In de jaren vijftig werkt Leutscher voor het textielveredelingsbedrijf "Oost-Nederland" in Tanzania en Kenia. Hij is vertegenwoordiger. Het is een baan die goed betaalt, maar wat belangrijker is: hij doet er veel ervaring op. Hij spaart als vrijgezel heel wat centjes bij elkaar. Terug in Nederland zet hij samen met de firma Boekelo (het latere Texoprint), een handelshuis op: Nordland. We schrijven 1958. Nordland houdt zich -hoe kan het ook anders- bezig met handel op Afrika, met textielveredeling. Boekelo steekt het geld in Nordland en Leutscher levert de know how. Veel van de orders komen uiteindelijk bij een textielfabriek van Boekelo terecht.

Aan het hoofd van Nordland staat een driemansschap. Gerard Belderink, die naast Leutscher deel uit maakte van dit trio, nu: "Leutscher is destijds met niets begonnen. Hij reed toen nog in een oude Peugeot. Het was een kundige man. Wel hield hij veel voor zichzelf."

In 1965 gaat Boekelo failliet.De firma Nordland heeft hier overigens niets mee te maken. Het driemansschap valt uit elkaar. Leutscher neemt alle aandelen van Nordland over en Nordland alleen nog maar van hem. Al gauw stampt hij een aantal identieke dochterondernemingen uit de grond: Sudland en Westland. Vanuit Nordland House op de P.C. Hoofdstraat 23 begint hij met de uitbouw van een ondoorzichtig netwerk van vennootschappen. Ook in het buitenland richt hij er een aantal op: Texland in Liechtenstein, Romtex in Zwitserland en Nortiss in Gronau in Duitsland, vlakbij de nederlandse grens, maar de vennootschappen zijn niet meer dan een brievenbus. Om het allemaal ingewikkelder te maken koopt hij een meerderheidsbelang in Deli Atjeh. Dit is een oninteressant handelshuis uit het koloniaal verleden. Ook Deli Atjeh drijft handel met zowat de hele wereld en zo krijgt Leutscher wereldwijde kontakten .

Het is inmiddels 1969. De douane-recherche is Leutscher op het spoor gekomen. Wat er in de pakhuizen ligt komt niet overeen met wat hij namens Nordland heeft aangegeven. De Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst start een onderzoek. Leutscher reageert als de onschuld zelve. Hij kan als direkteur van een bedrijf dat met de meest vreemde uithoeken van de wereld handel drijft, niet alles in de gaten houden. In een florerend bedrijf als Nordland zullen heus wel eens incidenteel "onregelmatigheden" voorkomen. Ook hij vindt dat niet goed. In een brief aan de heer Barneveld van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst van 4 februari 1970 reageert Leutscher: "Wij hadden gaarne een schikking getroffen ten aanzien van invoerrechten, welke door een van onze medewerkers onjuist werden gedeklareerd. Wij wensen een algemeen onderzoek voor alle lopende partijen en wij zijn bereid hieraan onze medewerking te verlenen." Barneveld trapt er niet in. Hij gelooft niet in de onschuld van Leutscher en reageert kortaf: "Ten antwoord op uw schrijven, deel ik u mede dat een onderzoek als door u gevraagd wordt, reeds in september 1969 werd aangevangen. Het onderzoek is echter nog niet voltooid, weshalve voor mij thans geen aanleiding bestaat te adviseren u tot een schikking toe te laten." (18 februari 1970) Zijn er aanvankelijk alleen problemen rond import van textiel uit Roemenië, het onderzoek beslaat al snel de gehele handel van het netwerk van Leutscher. Deze blijft als direkteur beweren alleen de zaak te koordineren. Enkele rechercheurs stappen daarop op Arie van Leeuwen af, de medewerker van Leutscher, die de onjuiste deklaratie zou hebben gemaakt. Van Leeuwen behoort tot Leutschers intimi. Zo zet hij als stroman van Leutscher de Nortiss-keten op: In 1965 Nortiss NV te Amsterdam en in 1969 Nortiss GmbH te Gronau. Voor bewezen diensten krijgt van Leeuwen naast zijn salaris geld voor een auto en een huis. Op 17 maart 1971 wordt van Leeuwen door de recherche verhoord. Hij beweert dan dat hij slechts boekhouder is. Als hij enkele lijstjes namen en fakturen te zien krijgt ontkent hij glashard dat ze van hem afkomstig zijn. Ook het textiel, waar alles om draait, zegt hij niet te herkennen. Uiteindelijk schuift van Leeuwen alle verdenkingen weer terug naar Leutscher: "Inkoop- en verkoopkontrakten werden hoofdzakelijk door dhr. Leutscher afgesloten en ook wel op zijn instignatie door mij getekend en geretourneerd." Als we van Leeuwen, nu 17 jaar na dato opbellen, voelt hij nog steeds nattigheid. Hij is kortaf en wil geen mededelingen doen. Als "slechts" commercieel medewerker heeft hij nooit inzicht gehad in Leutschers financiele zaken. Teunis Kool, die in 1971 direkteur wordt van Westland en dus de baas van Van Leeuwen, heeft het recherche- onderzoek van nabij meegemaakt. Hij is bang. Namens een duitse firma werkte hij naar zijn zeggen: "alleen maar" samen met Leutscher. Of we zijn naam er alsjeblieft buiten willen houden...

Zo trekken Leutscher en zijn naaste medewerkers bewust rookgordijnen op. Niet ten onrechte: het succes van Nordland ligt namelijk niet bij het handelen in textiel maar in het werken met valse fakturen, het ontduiken van EEG-bepalingen en het niet betalen van invoerrechten. Dat is de kurk waarop Nordland drijft. Dat is het succes van Leutscher. Leutschers hele netwerk en zijn handelskontakten zijn van deze praktijken afhankelijk. Als Leutscher iets te duidelijk is in een brief aan een firma in Opper Volta waarmee hij handelt, krijgt hij prompt een boze brief terug: "Werkelijk, we zijn hoogst verbaasd dat we via Texland brieven krijgen met een kopie van een cheque. U moet toch weten, dat als deze brief in handen van de douane valt, zij met zo'n hoge vordering komen, dat ons bedrijf dat niet kan betalen. Dat zou ons failissement betekenen." (8 juli 1970)

De rookgordijnen doen hun werk. Voorlopig weet Leutscher de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst van zich af te slaan. Hij kan ongestoord verder met het uitbouwen van zijn netwerk. Hij was er inmiddels al achtergekomen, daar hij als eerlijk zakenman nooit rijk zou worden.

Knoeien, of beter gezegd, fraude op grote schaal, dat brengt geld in het laatje. Wat hij met textielveredeling had geleerd gaat hij vanaf nu op een breder terrein uitproberen, met wisselend succes.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988