tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

SLAVENBURGS BANK

Een beschrijving van Slavenburgs Bank moet onvermijdelijk beginnen met die gedenkwaardige 18e februari 1983. Op de rotterdamse Coolsingel is een voor Nederland uniek schouwspel te zien. Een meute justitieambtenaren, herkenbaar aan een rood lintje op hun jassen, valt Slavenburgs Bank binnen. De jacht op het zwarte geld is in volle gang. Diezelfde dag worden er ook huiszoekingen gedaan in de filialen te Dordrecht, Den Haag en op het rotterdamse Stadhuisplein. 's Avonds volgen invallen bij mr. M. Veltena en de leden van de raad van bestuur R. Slavenburg en H. Gonggrijp. "De politie drong er binnen alsof het een rovershol was" reageert W. Pluygers, voorzitter van de raad van commissarissen. Was dat dan niet zo?

De hele zaak was aan het rollen gekomen na het faillissement van twee bekende onroerend goed boeven: Ton Fagel en Bob van der Sluis. De curator vond dat er op een vreemde manier met geld geschoven was en dat de bank daar een rare rol in had. Hij begon de accountant Jan Pronk eens aan de tand te voelen. Die slaat door. Er volgt een inval op het amsterdamse filiaal. Hier wordt de zwart-geld boekhouding van een twintigtal "prominente" klanten (spekulanten, sexclubeigenaren en "zakenlui" als Leutscher) gevonden. De direkteur van de haagse vestiging van Slavenburg: "In de hoofdstad heeft men kliënten uit de onderwereld, het kantoor Den Haag heeft daarentegen ook chique klanten."

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de zwart geld affaires, overal waar Slavenburg gevestigd is, boven komen drijven. Onder het motto "Wat heb ik aan een kassier? Ik pak de hoogste" richt officier van justitie, mr. J. de Bruin het onderzoek naar de top van de bank. Het lijkt een eenvoudig klusje, zeker als de ex- direkteur van het dordrechtse kantoor verklaart: "Ik erken mij schuldig te heb gemaakt aan valsheid in geschrifte. De raad van bestuur was hiervan door rapportage van de interne accountantsdienst op de hoogte. Mij is nimmer meegedeeld anders te handelen, er is ook nimmer corrigerend opgetreden. Mocht ik schuldig bevonden worden aan deze handelingen dan is de raad van bestuur er mede schuldig aan." Het mocht allemaal niet baten. Wat zo veelbelovend begon (Vrij Nederland: "de fantastische inval") eindigde met een kater. Was er eigenlijk ook iets anders te verwachten met Frits Korthals-Altes (16 jaar advokaat van Piet Slavenburg) als Minister van Justitie?

Korthals-Altes: "Ik ken de mensen, die nu zo zwaar in het geding zijn, van haver tot gort. Piet Slavenburg was nota bene mijn buurman. We spraken elkaar als het ware dagelijks 'over de heg'. Maar wat wil je. Als je tot een hoge politieke funktie wordt geroepen, kan je moeilijk al je vroegere partikuliere en zakelijke kontakten wegwissen"

Bovendien stond de naam van de hele nederlandse bankwereld op het spel. Minister van financien (en ex-Amro-topman) Ruding zal daar wel op gehamerd hebben. Uiteindelijk worden de zwaarste straffen uitgesproken tegen Slavenburg-employees, die probeerden in de chaos er zelf met een paar miljoen vandoor te gaan. De top werd nauwelijks bestraft. En dat terwijl de bewijzen voor het oprapen lagen. Het Vrije Volk: "De bekentenissen van accountant Pronk hebben Justitie rechtstreeks de weg naar het rotterdamse bolwerk op de Coolsingel gewezen. Gebleken is dat de top van de bank overal van wist."

Zo kreeg Ruud Slavenburg als lid van de Raad van Bestuur een rapport onder ogen met tachtig voorbeelden van heling, directe oplichting, niet ingeschreven hypotheken en aan- en verkopen van niet bestaande bv's. Dit moet voor hem niets nieuws zijn geweest want hij heeft persoonlijk toestemming gegeven voor een transactie van vier miljoen gulden met de gok- en sexclubkoning Jopie de Vries, waarbij zwart geld als onderpand diende. Uiteindelijk ging het "Slavenburg-proces" tegen de topfiguren Ruud en Piet Slavenburg, H.Gonggrijp en M.Veltena. Ruud S. en Veltena worden uiteindelijk tot lage geldboetes en voorwaardelijke gevangenisstraffen veroordeeld; Gonggrijp en Piet S. worden vrijgesproken. Vervolgens dienen ze forse schadeclaims in, die natuurlijk worden toegewezen. En Korthals-Altes, die persoonlijk het onderzoek tegen Slavenburg liet stoppen, maar jammeren dat die schadeclaims justitie zoveel geld kosten.

De heren krijgen hun schadevergoeding mede als kompensatie voor de "aantasting van hun goede naam". Hoe goed die naam was, en hoe zeker dit soort figuren zich in ons rechtssysteem kan het beste geïllustreerd worden met het voorbeeld van een typische Slavenburg-handelwijze, de JOC (alias JOCK) - OIL affaire, ofwel hoe John Deuss met hulp van Slavenburg een kapitaal bij elkaar zwendelde.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988