tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

SCHELVIS DUIKT ONDER

Steeds meer raakt Leutscher verzeild in dat tanende wereldje van ouderwetse spekulanten. Allemaal waren ze begin jaren tachtig door het ineenstorten van de woningmarkt in de problemen geraakt. Leutschers bemoeienissen met de ontmanteling van het imperium van Maurice Schelvis is een prachtig voorbeeld van zijn kontakten met de voormalige amsterdamse onroerendgoedmaffia.

Ook Maurice Schelvis maakt eind jaren zeventig de amsterdamse onroerendgoedmarkt onveilig. Advokaat mr J.A.M.J. Raymakers van het door de Huidenstraattruc bekend geworden advokatenkantoor Boekel, Empel en Drilling, omschrijft Schelvis in een verslag inzake de afwikkeling van een faillissement alsvolgt: Een "in onroerendgoedwereld beruchte en niet overal even goed bekend staande heer, woonachtig te Monaco." (betreft Albert Cuyp BV, 13- 1-1986). Niet even goed, zeg dus maar zeer slecht staat Schelvis bekend bij de gemeente. De man heeft in 1981 een aanzienlijk bezit in Amsterdam. Als het geen krotten zijn, dan laat hij ze wel verkrotten. Luxe appartementen veranderen in sloopwoningen, geen punt.

De gemeente begint een speerpuntenaktie tegen partikuliere eigenaren die zich schuldig maken aan buitensporige verwaarlozing. Het laat zich raden: Schelvis is een van de eersten die aan de beurt is. De gemeentelijke dienst Bouw- en Woningtoezicht gaat over tot noodherstel. Ze stuurt Schelvis de rekening. Die betaalt hij natuurlijk niet. De gemeente vraagt daarop het faillissement aan van een van Schelvis' maatschappijtjes: E.A.Brandt Holland BV. De rechtbank in Amsterdam kent het op 4 september 1984 toe. Iedere zichzelf respekterende spekulant houdt er een web van BV's op na, Schelvis dus ook. Bovengenoemde advokaat Raymakers wordt aangewezen om als curator het faillissement van E.A. Brandt Holland BV. af te wikkelen. Hij waarschuwt onmiddellijk gemeente advokaat Werner: Als de gemeente niet het hele web tegelijk failliet laat verklaren dan wordt alles voortijdig leeggehaald. Wat rest zijn lege BV's. Ondanks aandringen van Raymakers houdt de gemeente voet bij stuk: eerst E.A. Brandt Holland BV. en dan zien we wel verder. Raymakers krijgt gelijk maar weet dat niet. Het plunderen heeft zich altijd buiten zijn gezichtsveld afgespeeld. De gemeente is wel van bijna alles op de hoogte. Toch laat zij de zaak op zijn beloop. Dit ondanks dat ze als schuldeiser gebaat is bij een snelle afwikkeling van het faillissement. Alleen dan is er kans dat alle vorderingen weer in de gemeenschapskas terecht komen.

Al in een vroeg stadium liggen er kapers op de kust. We hebben het over Amfas-verzekeringen, de financier achter Schelvis en Leutscher. Schelvis voelt al in een zeer vroeg stadium nattigheid. Hij trekt zich terug als direkteur. Hij schuift een stroman naar voren: R.F. Selbach. Die begint onmiddellijk met het optrekken van rookgordijnen. Als curator Raymakers bij Selbach op de stoep staat, blijkt deze de gehele administratie van na 1980 achterover te hebben gedrukt. Alles is verdwenen.

Raymakers treft een georganiseerde chaos aan. Steevast weigert Selbach openheid van zaken te geven. Sterker nog: hij doet alsof zijn neus bloedt!

In 1981 of 1982 moet Leutscher Schelvis ontmoet hebben. Schelvis heeft het in een onderonsje met hem over zijn problemen, problemen met de gemeente. De heren zijn het roerend eens: het vrije ondernemersschap wordt belemmerd. Leutscher pocht met zijn ervaring op het gebied van dreigende faillissementen. Beide heren sluiten een pact. Leutscher neem onderhands het web over, Schelvis brengt zijn schaapjes op het droge en duikt onder in Monaco. Als Amfas later een snuffelaar naar dit belastingparadijs stuurt vinden ze niets meer...

Toch ontdekt Amfas tijdig de bemoeienis van Leutscher. Leutschers plannetje dat hij samen met Schelvis heeft gesmeed om de hele zaak leeg te halen voor dat schuldeiser argwanend begint te worden, mislukt. Denk niet dat na de ontdekking Amfas zoals gebruikelijk en zoals het hoort het faillissement van Schelvis aanvraagt. Nee, Amfas in de persoon van Van Zwol gaat zelf over tot het leeghalen van de handel van Schelvis. Amfas kaapt een belangrijk deel van de gebouwen voor Leutschers neus weg en gooit ze op de veiling! Zowel Leutscher als Amfas overtreden bij dit alles de faillissementswet: het is verboden zaken te doen die de afwikkeling onvermijdelijk faillissement moedwillig doorkruisen.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988