In 1974 koopt Leutscher met steun van Slavenburg Bank een belangrijk aandeel in het voormalige koloniale bedrijf Amsterdam Rubber. Een gok, want hij hoort dat een kollega handelsmaatschappij dit bedrijf wil overnemen. Het wordt uiteindelijk een slepend pokerspel tussen Leutscher, Slavenburg, Catz International en Bank Mees & Hope. Inzet: enkele miljoenen guldens. De winnaar staat al van te voren vast...
Amsterdam Rubber behoort tot die oude kultuurmaatschappijen uit ons koloniale verleden. Na het verlies van Indonesië als rijksdeel, lijden veel van die maatschappijtjes met klinkende namen zoals Pandang Portland een slapend bestaan.
De politionele akties van het nederlandse leger die de onafhankelijkheid van Indonesië uiteindelijk toch niet konden voorkomen, hebben daar veel kwaad bloed gezet: nederlandse bezittingen worden onteigend. Veel koloniale maatschappijen hebben in een klap niets meer. Amsterdam Rubber ziet de problemen bijtijds aankomen. Ze heeft plantages in zowel Afrika als Latijns Amerika opgekocht. Ook wordt er driftig handel gedreven met allerlei Derde Wereldlanden. Als gevolg van al deze nieuwe aktiviteiten blijft Amsterdam Rubber een tot de verbeelding sprekende naam, een bedrijf met zo'n 2500-2600 mensen "overzee" in dienst. Maar de dekolonialisatie gaat toch verder dan Amsterdam Rubber dacht. Mogen de landbouwprodukten van de plantages in landen als Mozambique, Panama, Liberia, Columbia, Tanzania en Nicaraqua zonder problemen uitgevoerd worden naar het rijke westen, de winsten moeten in het land blijven.
Zo kan het hoofdkantoor in Amsterdam enthousiast melden dat het goed gaat; de inkomsten blijven ondertussen onbereikbaar in een ver, vreemd, tropies land. In 1974 gaat alles goed mis. Er breekt een boomziekte uit op de plantage in Nicaraqua, maar dat is eigenlijk een normaal bedrijfsrisico. Pijnlijker is dat het kantoor in Hamburg met valuta is gaan spekuleren en daarbij een verlies heeft geleden van maar liefst twee miljoen gulden. Daar bovenop komt nog een struktureel probleem: de koloniale handel is voor Amsterdam Rubber ingestort.
De direktie zit met de handen in het haar en weet er geen antwoord op. Men blijft dan ook maar optimistiese jaarverslagen schrijven, goeddeels gesteund door het bekende accountantskantoor Moret Limperg. Het personeel en de aandeelhouders zien desalniettemin de bui aankomen. Iemand die destijds betrokken raakte met Amsterdam Rubber en regelmatig aandeelhoudersvergaderingen bezoekt schetste de situatie als volgt: "De toenmalige direkteur Van Klaveren werd door iedereen gezien als een domme man. (...) Amsterdam Rubber was een maatschappij waarvan de direktie op veel te grote voet leefde: de direkteur had een buitensporig hoog salaris." Men leeft kortom nog ouderwets in "koloniale weelde".
Amsterdam Rubber is rijp voor overname. Er is ook al een kandidaat: Catz International. Catz maakt deel uit van een multinational die handelt in specerijen. De foelie en het nootmuskaat op onze tafel kan alleen maar van Catz afkomstig zijn. Zij hebben de wereldhandel van deze twee produkten vast in handen. Catz is op zoek naar een bedrijf in dezelfde branche met een notering op de amsterdamse beurs, het oog valt op Amsterdam Rubber.
Leutscher is getipt over de plannen van Catz. Hij heeft zo zijn eigen strategie: door een belangrijk deel van de aandelen van Amsterdam Rubber voor Catz weg te kapen wil hij de koers opdrijven, zuivere spekulatie dus. Leutscher wil zo binnen enkele maanden slapende rijk worden.
Weliswaar heeft Leutscher een aardig vermogen opgebouwd in de textielhandel, veel van dit zit vast in ondermeer Deli Atjeh, een maatschappij die zich bezig houdt met het overnemen van bedrijven. Ook zit hij tot zijn nek in het avontuur rondom de limonadefabriek van Van Tuyn.
Leutscher heeft dus op dat moment dus onvoldoende geld direkt beschikbaar. Het gaat om een slordige miljoen gulden, niet zo veel voor zijn doen, maar toch, je moet het wel in je beurs hebben. Het geld heeft hij dus niet. Daar komt bij dat hij het risico wil spreiden. Dus klopt hij aan bij zijn huisbank Slavenburg. Veltena van Slavenburg ziet wel wat in het gokje. Ondanks weerstand binnen de bank zorgt hij dat Leutscher het geld krijgt. En dit zonder dat daar een onderpand voor wordt geboden.
Leutscher gaat aan de slag. Hij koopt 10% van de aandelen van Amsterdam Rubber en weet nog steun te verwerven van nog eens 20%. Met die in totaal 30% heeft hij een sleutelpositie binnen Amsterdam Rubber verworven. Catz moet wel met Leutscher onderhandelen. En Leutscher eist veel, te veel. Hij beroept zich daarbij op de jaarverslagen die goedgekeurd waren door het accountantsburo Moret Limperg. Amsterdam Rubber zo staat er, is een redelijk draaiend bedrijf, maar de winsten en het vermogen zitten "in den vreemde", achter slot en grendel. Er zijn wel methodes om dit geld uit die Derde Wereldlanden te loodsen, maar de kennis en kreativiteit daarvoor zijn bij de direktie niet aanwezig.
Een overname, met als doel de weg vrij te maken om de boel te saneren, zit in de lucht. Amsterdam Rubber is voer voor beursspekulanten. En niet alleen Leutscher: de toenmalige direkteur van Catz, mr.H.Rothbarth, is ook niet vies van een gokje. Hij zit wel heel dicht bij het vuur. Als Catz een bod doet op de aandelen van Amsterdam Rubber, koopt ook hij snel een pakketje aandelen. Maar als Catz als gevolg van de aktiviteiten van Leutscher afziet van de overnameplannen en het bod intrekt, is Rothbarth er als de kippen bij om die aandelen weer van de hand te doen. Hij maakt bij dit alles zelfs nog een lichte winst ook. Volgens Leutscher gaat dit alles zo snel dat Rothbarth zelfs geen tijd heeft gehad om de aandelen te betalen. Hij hoeft alleen maar de winst te incasseren.
"Leutscher heeft in december (1974 SPOK) de zaak duidelijk overspeeld en is daarmede zelf op de blaren komen te zitten..." Aldus een kommentaar van het Financiele Dagblad van 19 maart 1975.