tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

ONROEREND GOED

Leutscher raakt geïnteresseerd in onroerend goed op het moment dat hij zich gaat specialiseren in het ontmantelen van bedrijven. Bij deze slechtlopende bedrijven is immers de boedel, de machines en de gebouwen, vaak het enige, wat nog wat waard is. Daar valt nog wel wat te halen. Voordat hij gaat ontmantelen had Leutscher niet of nauwelijks interesse in al die konkrete zaken. Handel was zijn business.

Textielveredeling in de Derde Wereld slokt al zijn tijd op. De rest speelt zich dan nog buiten zijn gezichtsveld af. We schrijven intussen 1974. Na jaren van voorbereiding presenteert Leutscher zijn concern. Het doel: het gezond, rendabel maken van in het slop geraakte bedrijven. Maar dit is slechts uiterlijke schijn. In een telex uit dat zelfde jaar blijkt totaal iets anders. Hij doet daarin zijn plannen met de eindhovense textielfabriek TUSVELD uit de doeken: De produktie moet onmiddellijk stil gelegd worden. Het personeel moet ontslagen worden. De machines en de gebouwen wil hij dan wel verkopen.

Zo begint hij onroerend goed langzaam maar zeker interessant te vinden. Noemt hij zich in de jaren zestig nog handelaar, in de jaren tachtig laat hij zich maar al te graag vlijen met de omschrijving projektontwikkelaar.

Met zijn maatschappij Amsem begint hij eind jaren zeventig projekten te ontwikkelen. Hij haakt dan direkt in op een trend in die tijd: de verkoop van betonnen omhulsels, krotten of nog grover: luchtkastelen op dorre stukjes afgelegen spaans land aan nietsvermoedende nederlandse vakantiegangers en aan mensen, die hun zwarte geld in het buitenland willen beleggen.

"Amsem biedt 400 villa's, chalets, bungalows, appartementen, boerderijen etc. aan." Zo geeft hij in die tijd ook een eigen blad uit: "Huis en vacantie in Spanje", magazine voor eigenaar en koper van spaans huis - en alle gegevens over vakantie. Hij schrijft dit zelf vol, vol met taalfouten. Het laatste nummer verschijnt in september 1979. In een artikel in dat nummer wordt duidelijk waar het hem werkelijk om te doen is: het misleiden van de spaanse belastingen. Zwart geld kan in dergelijke projekten vlekkeloos worden weggewerkt, zo is de ontdekking van Leutscher. Ook de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst ziet dit maar kan niets doen.

Langzaam maar zeker begint Leutscher een onroerendgoedbezit op te bouwen. Het is al snel een ratjetoe: voornamelijk restanten van overnames van bedrijven, van krotten tot grachtenpanden, van hokken tot fabrieksterreinen. Leutscher voelt zich helemaal thuis in de huizenbusiness. Als een soort lijkenpikker duikt hij iedere keer weer op bij faillissementen van aan de grond geraakte beruchte spekulanten. Op de huizenveiling in de Sonesta-koepelzaal te Amsterdam kent iedereen hem. Maar vaak weet hij panden nog voor dat ze op de veiling komen weg te kapen.

Door de kraak van een pand in de amsterdamse Bloemstraat, achter en boven de discotheek Mazzo, komt hij oog in oog te staan met kraaksters. In dit pand ligt tijdens de kraak nog een deel van zijn zakelijk archief. Het is juist dat deel wat hij kost wat kost uit handen van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst wil houden. Hij zet dan ook alles in het werk om dit archief terug te krijgen. Niet wetend dat de in totaal tachtig ordners allang bij het SPOK liggen, stuurt hij een knokploeg op het pand af. Dit gebeurt op bevrijdingsdag, 5 mei 1981. Een bewoonster achteraf: "Opeens stapte er een man binnen door het raam op de eerste etage. Hij dreigde met een bijl, maar liep meteen door om de voordeur open te maken. En daar stormden toen een stuk of vijftien van zulke mannen naar binnen met bijlen en stokken."

De bewoonsters slaan alarm. Uiteindelijk vertrekt de knokploeg onverrichterzake. Het lukt Leutscher niet de kraaksters uit het pand te krijgen. Hij beklaagt zich dan ook daarna bij het gemeentebestuur over de afwezigheid van recht en orde in de hoofdstad.

Hij begint kraakpanden interessant te vinden. Hij voelt zich uitgedaagd. "Als ik zo jong was als jullie zou ik het ook zo doen", zo geeft hij later in een gesprek met krakers quasi-ruiterlijk toe, "maar ik sta nu aan de andere kant. Jullie jongelui moeten niet denken dat je voor een dubbeltje op de eerste rij kunnen zitten."

Veel van die kraakpanden koopt hij uit die boedels van faillietgegane spekulanten. Veel uit de rokende puinhopen van het duo Fagel en van der Sluis. En juist de praktijken van dit duo bracht Leutschers oude huisbank ten val.

Leutscher wil maar al te graag bij dat oude wereldje van onder meer Fagel en van der Sluis horen. Faillissementen van dat soort lieden hebben op hem een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Spekuleren met de boedel van failliet gegane spekulanten dat is in Leutschers ogen het neusje van de zalm.

Neem het blok waar al sinds 1931 de dropfabriek Klene zit, midden in de Jordaan aan de Looiersgracht. In de tweede helft van de jaren zeventig vertrekt uit het Klene-blok een drukkerij. De helft komt leeg te staan. Het boven genoemde duo Fagel en van der Sluis krijgen lucht van de bouw van een metrostation in de nabije omgeving. Ze kopen de gebouwen van de voormalige drukkerij op. Het metrostation laat lang op zich wachten. Te lang voor Fagel en van der Sluis, deze komen in financiële problemen. Jurgen Steinke biedt het duo de helpende hand. Steinke is dan een nieuwe veel belovende ster aan het firmament. Deze duitse zakenman woont al sinds jaar en dag in Nederland. Rijk geworden door de handel in van die bekende fel gekleurde boekenrekjes, is hij opgeklommen tot commissaris bij het aannemersconcern BAM. Hij bemiddelt bij onroerendgoedtransakties en overnames en schermt met steun van zwitserse investeerders (geheel ten onrechte blijkt later uit onderzoek van het SPOK). Het maakt indruk op de Centrumbank (nu: Verenigde Spaarbank). Hij mag de schade die Fagel en van der Sluis hebben veroorzaakt in de flatkomplexen Oranjehof, Geuzenhof 1 en 2 en Amsterdam West herstellen. Het pakt anders uit: Steinke gaat op dezelfde voet door. De gemeente is in 1981 gedwongen de komplexen op te kopen om te voorkomen dat de bewoners kollektief op straat worden gezet.

Steinke neemt ook de voormalige drukkerij in het Klene-blok van Fagel en van der Sluis over. Tegenover kraaksters die later in de drukkerij trekken verklaart hij zonder blikken of blozen ook er op te gokken dat het metrostation er komt. Steinkes rol is merkwaardig. Hij zal uiteindelijk geen cent voor het blok betalen. Steinke gaat, o ironie, nog eerder failliet dan Fagel en van der Sluis. Dit duo wordt echter definitief uitgeschakeld. Stienke is nu weer volop aktief. En het eerste debakel duikt alweer op. Met steun van de Kamer van Koophandel en merkwaardig genoeg ook de gemeente, mag hij een parkeergarage bouwen onder de Prins Hendrikkade ter hoogte van de Martelaarsgracht in Amsterdam. Nadat de gemeente op eigen kosten de zaak bouwrijp heeft gemaakt blijkt Steinke geen aannemer en te weinig geld te hebben.

Gevolg: een zandbak.

Terug naar het pijnlijke faillissement van Steinke in 1981. Leutscher koopt daaruit de drukkerij uit het Klene-blok. De gemeente die het blok door al die spekulatiepraktijken heeft zien verpauperen, wil de drukkerij kopen. Daarna moet dit gebouw dan gerenoveerd worden voor de bewoonsters. Leutscher laat blijken daar wel oren naar te hebben. Ondertussen komt boven water dat de grond van de voormalige drukkerij dusdanig vervuild is dat sloop onvermijdelijk wordt. Maar Leutscher is weer eens van gedachte veranderd: Hij wil niet verkopen. De gemeente start een onteigeningsprocedure.

Leutscher begint plannen voor het gebied te ontwikkelen. Zijn enige doel: de prijs opdrijven. Eerst kondigt hij met veel bravoure luxe appartementen aan en met de dreigende komst van de Olympiese Spelen moest er natuurlijk een hotel komen.

In een gesprek met direkteur Harins van Klene over de toekomst van het blok stelt hij dat de Dropfabriek wel zes miljoen waard is. Harins in de zevende hemel. Hij begint het geld alvast uit te geven. In Hoorn laat hij een fabriek bouwen. De gemeente baalt: weer zoveel arbeidsplaatsen in Amsterdam op de tocht. Harins baalt: uiteindelijk blijkt zijn gebouw niet meer dan 1,5 miljoen waard te zijn. De spekulatie in het blok is inmiddels alweer in volle gang. Eerst duikt de Edah op. Die wil samen met Wilma er een supermarkt met parkeerkelder en de nodige luxe appartementen bouwen. Nu ontwikkelt Spaarneveste er plannen. En de gemeente heeft er een dagtaak aan om al die ontwikkelingen in toom te houden. De voormalige drukkerij is inmiddels onteigend. Blijft: wie draait er op voor het opruimen van de vervuilde grond.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988