Leutschers textielhandel bracht niet meer voldoende op. De marges waren hem te klein geworden. Het werd tijd om andere, winstgevender, bezigheden te zoeken. Bij Slavenburg wisten ze er wel wat op. Slavenburg stond op dat moment aan het begin van een explosieve ontwikkeling. Van 1970 tot 1980 zou het aandelenkapitaal van de bank van 38, 5 miljoen tot 127, 5 miljoen toenemen. De bank voerde een agressieve expansie politiek. Dit soort ontwikkelingen steunden ze ook graag in andere bedrijven. Groei of crepeer. Bij Leutscher waren ze aan het goede adres. Hij had grote plannen. Hij wilde een groot conglomeraat van bedrijven oprichten, zowel samen met anderen in Deli- Atjeh, als alleen met Euraz NV. Uiteindelijk zou Leutscher echter het meeste werk in de crepeersektor verzetten.
Bij Slavenburg sprak men van "mergen", een engelse term voor fusies. Ze adverteerden met de volgende tekst: "Als partner in International Mergers Service heeft Slavenburgs Bank toegang tot een internationaal register van potentiële kopers. International Merger Service is een gesloten groep van bekende internationale banken die via een centraal register informatie verstrekt over grondig doorgelichte kopers. Nadat ook de "corporate planning" van de verkopende partij onderzocht is en er een reële kans op overnemen bestaat, zullen beide partijen, na gevraagde toestemming, anonimiteit verwisselen voor persoonlijk diepgaande onderhandelingen. Door dit selektiesystreem wordt het aantal werkelijke kontakten bijzonder doeltreffend beperkt, hetgeen de anonimiteit van beide partijen ten goede komt. Van volstrekt discrete behandeling van iedere aanvraag kunt u verzekerd zijn..."
In hoeverre die discretie gewaarborgd werd is zeer de vraag. Niet voor niets stelde Leutscher Slavenburg voor maar meteen in de advertentie op te nemen dat er in ieder geval een nederlandse alleseter in overnames geinteresseerd was. In de hierbij afgedrukte brief legt professor Leutscher uit hoe je aan een overname maximaal kan verdienen. Voor het geval je geen zin hebt het engels van de hierbij afgedrukte brief van Leutscher te vertalen: Zoek een bedrijf met een hoge instrinsieke waarde (veel kapitaalgoederen, zoals huizen, machines, plantages en voorraden, maar weinig geld). Koop 10-15% van de aandelen, de koers stijgt nu want er is ineens vraag naar. Vraag de direkteuren of ze aan je plan mee willen werken. Nee, dan lekt het uit, waardoor de aandelen nog meer in waarde stijgen en jij de jouwe dus met winst kan verkopen. Lukt het wel, dan beheers je een bedrijf, waarvan de liquidatiewaarde veel hoger is dan wat jij ervoor betaald hebt. Nu ga je de delen van de firma die niet genoeg geld opbrengen, afstoten. Dat levert geld op, de eerste winst. De rest kan eventueel in jouw bezit blijven, want die levert voldoende op. Zoals we al eerder melden, had Leutscher twee concerns voor dit werk. De ene, Deli-Atjeh, waarin Leutscher onder andere met de bekende raider R. Hazewinkel samenwerkte, gebruikte vooral deze methode. Euraz, wat geheel van Leutscher was, had een iets andere werkwijze.
Bij de sanering van textielbedrijven had Leutscher ontdekt dat dit een lukratieve bezigheid kon zijn. Leutscher wist als geen ander nog geld uit een failliet bedrijf te slepen en andere schuldeisers, en vooral de belastingen, om de tuin te leiden. M.C. Veltena, een van de topfigueren bij Slavenburg, had deze kwaliteiten van Leutscher al snel in de gaten. Met die man is geld te verdienen! En dat zullen ze ook doen. Leutscher wordt herhaaldelijk ingezet om een slecht lopend bedrijf (vervelend voor de bank ), om te zetten in zoveel mogelijk geld. Dat de werknemers de WW ingaan, de toeleveringsbedrijven en andere debiteuren onnodig hoge verliezen lijden, dat maakt niet uit. Het gaat om de winst van de bank. Uiteindelijk kan Leutscher (vaak samen met Slavenburg) verantwoordelijk gesteld worden voor enige duizenden werklozen en een economische schade die in de tientallen miljoenen loopt. En zo'n man durft dan nog in een extreem-rechts blaadje te schrijven dat: "het probleem is niet de 700.000 werklozen doch het ontbreken van ruim 10.000 werkgevers, die een schaars produkt werden." Zowel wat de werklozen betreft, als de werkgevers, kan Leutscher zich afvragen in hoeverre hij daar zelf ook niet schuldig aan is. Enig schaamtegevoel zal hem wel vreemd zijn.
In ieder geval heeft Leutscher bij een selekte groep nederlanders een goede naam opgebouwd als hulp bij problemen. Verderop in dit boek bespreken we twee van Leutschers overname-zaken, één als handlanger van Slavenburg en één waartoe Leutscher zelf het initiatief nam. Denk niet dat er niet meer voorbeelden zijn. Leutscher is vanaf 1971 eigenlijk konstant bezig geweest met het ontmantelen van bedrijven en het vertroebelen van faillissementen. Ook nu is dat nog het geval. Zo speelde Leutscher een uiterst duistere rol rond de sanering van "Koninklijke van Kempen en Begeer". Direkteur Vreeman ("Ik had nog wat tijd over en bij een uitzendbureau hadden ze dit baantje") was hem in ieder geval zo dankbaar dat hij Leutscher enkele fabrieken en een lening van twee-en-een halve ton verschafte.
Veltena zelf bleek toch een minder gladde jongen dan Leutscher te zijn. Hij kon het blijkbaar niet verkroppen dat hij zoveel geld voor de bank bij elkaar spekuleerde en er zelf zo "weinig" aan overhield. Dus werd hij zelf commissaris van een spekulatie-BV, waar hij als bankdirekteur kredieten aan verstrekte. Toen het bedrijf failliet ging, ging Slavenburg voor tientallen miljoenen het schip in. Van anderen konden ze dat wel hebben, maar zelf niet. De raad van bestuur wilde Veltena op staande voet ontslaan. Deze dreigde met een rel. Uiteindelijk stapte Veltena op omdat de Fransen, die de bank overnamen, hem niet wilden handhaven.