Leutscher gaat met Gerard van Engelen jr. verder met "van Engelen & Co International". Deze handelsfirma behoort in feite tot een van de geheime doorsluisstations van Leutscher. Leutscher gaat als volgt te werk: hij koopt bijvoorbeeld leer in Duitsland, van Wickrather Lederfabrik GmbH. In totaal koopt hij lappen leer voor de som van fl. 6.000, - Per vrachtwagen gaat alles naar Leende. Het is echter niet van Engelen die de partij in eerste instantie koopt, maar Texland in Liechtenstein, een brievenbusmaatschappij van Leutscher. Die verkoopt het weer door aan "van Engelen Lederen Kleding" voor pakweg fl. 12.000, - Resultaat: over die fl. 6.000, - winst hoeft in het belastingparadijs Liechtenstein geen belasting te worden betaald. "Van Engelen Lederen Kleding" verkoopt de partij met verlies door aan de handelsfirma "van Engelen & Co International", met verlies, voor fl. 8.000, - Dit verlies kan dan weer met de nederlandse belasting verrekend worden. De handelsfirma stuurt de hele partij met patronen voor jasjes uiteindelijk door naar Korea. Iedere keer wordt in een land met een hoog belastingtarief fiktief verlies geleden. Uiteindelijk komen de afgewerkte jasjes weer via Texland in Liechtenstein bij "van Engelen & Co Leder International" in Leende aan. De prijs is door deze ingewikkelde route veel te hoog geworden. Toch gaat van Engelen & Co de suede jasjes onder de prijs van die van de fabriek van Van Engelen verkopen. De winst van de handelsfirma is minimaal, de fabriek kan niet tegen de prijzen op konkureren.
Dit gebeurt het op papier maar de werkelijkheid is veel eenvoudiger. Een vrachtwagen rijdt van de leerfabriek in Duitsland naar Leende om daar de patronen voor de jasjes op te halen. Met het leer en de patronen rijdt hij naar Rotterdam. Daar wordt het hele zaakje verscheept naar Korea. Uiteindelijk gaan de afgewerkte jasjes vanuit Korea rechtstreeks naar Leende. Maar dat weet niemand en uit de papieren wordt niemand meer wijs.
Dat bovengenoemde buitenlandse aktiviteiten worden door Leutscher glashard ontkend. Als de fabriek in Leende failliet gaat, verzwijgt hij bovendien de aktiviteiten van de handelsfirma. Na de ontmanteling van de fabriek verhuist "van Engelen & Co International" naar het woonadres van Gerard van Engelen. Voor de buitenwereld leidt de firma een slapend bestaan. Pas jaren later komt de belastingdienst per toeval achter de aktiviteiten van "van Engelen & Co International". Het regent navorderingen. Prompt stopt de handelsfirma met het betalen van de lopende rekeningen. 23 juni 1981 gaat "van Engelen & Co International" failliet. Op 24 mei 1983 wordt de firma opgeheven wegens gebrek aan baten. De curator vindt de hond in de pot: Leutscher en Van Engelen hebben hun schaapjes allang op het droge gebracht. De zaak van Engelen speelt echter toch een paar jaar later een sleutelrol in het beruchte belastingproces tegen Leutscher.
De zaak van Engelen is een voorbeeld van hoe Leutscher zich met medewerking van de eigenaar in een fabriek werkt. Hij neemt de zaak over, kreëert een chaos, zet schijntransakties op en vertrekt met de buit. Bij dit alles zorgt hij dat iedereen vuile handen heeft gekregen. Niemand zal wat er binnenskamers is gebeurd aan de grote klok hangen. Vader en zoon Van Engelen zijn geen haar beter dan Leutscher. Pas jaren later ontdekt de belastingdienst dat de zaak stinkt. Nu, meer dan 15 jaar later, hebben we als SPOK na veel speurwerk kunnen reconstrueren wat er vermoedelijk achter de schermen gebeurd moet zijn. En nog is niet alles boven tafel gekomen...