tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

"DAT KAN NIET"

Alles gaat sneller dan Leutscher had voorzien. Hij weet dat hij fout zit en blijft zijn rol tot op het laatste moment verdoezelen. Maar als E.A. Brandt Holland BV. op 4 september 1984 failliet wordt verklaard kan hij het niet laten om er tegen in beroep te gaan. Curator Raymakers reageert dan nog verbaast: "Maar meneer Leutscher, hoe kunt u nu beweren alle aandelen te bezitten? Brandt Holland is failliet en staat onder mijn toezicht. U beweert buiten mijn medeweten om in handen te zijn gekomen van deze vennootschap: Dat kan niet!"

Leutscher heeft geluk. Raymakers reageert lakoniek. Hij had ook Leutscher kunnen aanklagen.

Het imperium van Schelvis begint als een kaartenhuis in elkaar te zakken. Driekwart jaar na de ondergang van E.A. Brandt Holland BV. volgt de Verenigde Utrechtse Bouwcombinatie BV. en weer later op 11 december 1985 Albert Cuyp BV. In feite is het meest waardevolle bezit al twee en een half jaar eerder, op 9 mei 1983, op de veiling gegooid. Toch ontgaat curator Raymakers niet alles. Hij heeft al vanaf het begin, zo verklaart hij tegenover ons, "bepaald geen positieve indruk" van de rol van Leutscher. Uiteindelijk betrapt hij hem op een onregelmatigheid die de Leutschers glashelder duidelijk maakt. Vlak voor het faillissement van Albert Cuyp BV. lost Leutscher de hypotheek af van een drietal pandjes. Ze staan allemaal in de amsterdamse Pijp: Gerard Doustraat 4, 160 en 162. Na het faillissement verkoopt Leutscher deze bouwvallige stadsvernieuwingspandjes onderhands door aan een andere vennootschap, ook van hem.

Raymakers gaat op onderzoek uit en meldt dit in zijn verslag aan de rechtbank: "Daar het Trustkantoor ten tijde van de faillietverklaring als direktrice te boek stond en deze betaling (om de hypotheek af te lossen, SPOK) heeft gedaan toen zij wetenschap gehad moet hebben van de faillissementsaanvraag, verzocht ik de heer Leutscher van het Trustkantoor mij te berichten, wat er na de betaling aan de Amfas met deze percelen is gebeurd." En dan komt de aap uit de mouw: hij heeft ze aan zichzelf doorverkocht. Tot daar aan toe. Raymakers begint te rekenen. De bedragen kloppen niet. De drie pandjes blijken voor fl.7.000, - meer te zijn doorverkocht. Niet veel, maar toch zo'n 9% van de koopsom. De pandjes hadden niet doorverkocht mogen worden en waar is die fl. 7.000, - gebleven?

Raymakers wil de pandjes alsnog in het faillissement betrekken. De verkoop moet ongedaan worden gemaakt. Als dat niet lukt, dan moet die fl.7.000,- op tafel komen. Hij oefent druk op Leutscher uit maar... "Deze poging lijkt, zoals te verwachten viel, gestrand, de discussie met de heer Leutscher verzandt telkens opnieuw in een herhaling van niet ter zake doende argumenten."

Door dit verbale geweld is Raymakers uit het veld geslagen. Dat die man zich zo inspant voor dergelijke marginale bedragen, daar heeft hij geen rekening mee gehouden. Uiteindelijk gooit Raymakers de hoorn op de haak en rondt de afwikkeling van het faillissement af. 1-0 voor Leutscher.

Met niet aflatende energie blijft Leutscher aan de weg timmeren. Zo is hij aan de slag gegaan met een hand vol industrieterreinen. Deze liggen her en der in het land verspreid. Zo ondermeer aan de Hoogakkerweg 2 te Hapert, aan de Spoorstraat 13 te Tiel, aan de Zonweg 13 te Den Haag en aan de Paradijsvogelstraat 13 te Groningen. Hij wordt daarbij gesteund door de AMRO-bank. Op een aantal van die terreinen staan nog volop draaiende bedrijven, maar voor hoe lang nog?

Hij trekt zich totaal niets aan van zijn persoonlijke faillissement. Het lanceren van luchtkastelen om prijzen op te drijven, werken met grote hoeveelheden zwart geld en het knoeien binnen faillissementen is voor Leutscher een verslaving geworden...

Dat daarbij onroerend goed betrokken is, dat maakt het voor hem alleen nog maar interessanter. Zo kan hij in de voetsporen treden van de oude amsterdamse onroerend goed maffia. Hij leeft daarbij in de waan dat hij het alleen nog beter kan aanpakken.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988