tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

BIJLAGE 2: HYPOTHEEKKONSTRUKTIES

Als bij Leutscher de schuldeisers op de stoep staat is hij als de dood dat die aan zijn huisjes komen. Het is bepaald geen zeldzaamheid dat er bij hem schuldeisers op de stoep staan, dus heeft hij zijn bezit goed beschermd. De angst dat iemand, een buitenstaander, een vreemdeling, een vijand beslag laat leggen op zijn bezit is levensgroot. Dat hij dan met iemand moet overleggen als hij iets met het huisje wil doen is voor hem een gruwel, dat er iemand in zijn keuken komt kijken, daar moet hij niet aan denken.

Ook daar heeft hij wat op gevonden: de hypotheekkonstruktie. Als je een netwerk van vennootschappen hebt kan je eigen bank gaan spelen. Als directeur van de ene bv kan je aan jezelf als directeur van een andere bv leningen gaan verstrekken. Hetzelfde geldt ook voor hypotheken, leningen met onroerend goed (een huis of grond) als onderpand. Mensen of instellingen, die zo'n hypotheek verstrekken verbinden daar altijd speciale voorwaarden aan. Mochten er later schulden komen dan heeft degene, die de hypotheek verstrekte het eerste recht om z'n geld op te eisen. Als het tot verkoop van het onroerend goed komt is er een kans dat de schulden afbetaald kunnen worden maar de hypotheekverstrekker heeft dan het eerste recht. Als er een hoge hypotheek verstrekt was is de kans dat andere schuldeisers ook nog geld krijgen heel klein. De truc is natuurlijk om jezelf een zo hoge hypotheek te verstrekken zodat als er schulden zijn de schuldeiser, die in het hypothekenregister je financiële situatie natrekt ontmoedigd wordt om tot uitwinning over te gaan. Doet hij dat wel dan wordt een faillissement aangevraagd en later zal het onroerend goed op de veiling moeten worden verkocht. Ook dan heeft degene, die de hypotheek verstrekte het eerste recht op geld zodat de "gewone" schuldeisers weer het nakijken hebben.

Leutscher is berucht om het toepassen van deze praktijken en vindt altijd wel een reden om niet te betalen. Schuldeisers bestaan niet in zijn visie, alleen mensen met wie hij een zakelijk geschil heeft. Omdat de wet een andere visie heeft gooit hij al z'n bezit vol met hypotheken.

Neem nou gebouw Hermes, een statig doch onopvallend herenhuis aan de amsterdamse Herengracht 278. AMSEM, een vennootschap van Leutscher krijgt het op 21 juni 1976 in bezit. Onmiddellijk wordt een hypotheek verstrekt van fl.87.500 door de Tilburgse Hypotheekbank. Tot zover is alles heel gewoon maar op 1 mei 1980 verstrekt Leutscher zichzelf een hypotheek van fl.594.494 . Hij heeft nog pensioenrechten te vorderen van zijn eigen textielmaatschappij Nordland en omdat de belastingdienst zijn gangen nagaat verschaft hij zichzelf zekerheid. De pensioenrechten zet hij om in een hypotheek op het gebouw Hermes.

Ook op 1 mei 1980 verstrekt zijn vrouw -ze zijn natuurlijk buiten gemeenschap van goederen getrouwd- nog een hypotheek aan hem met gebouw Hermes als onderpand van maar liefst fl.1.200.000. Een half jaar later komt er nog een vierde hypotheek bij. Op 19 september 1980 verstrekt Slavenburgs Bank een hypotheek van fl.300.000 aan AMSEM en Van Engelen & Co International. Al voordat Slavenburgs Bank de hypotheek verstrekte lagen er al drie hypotheken op, die de waarde van dit pand verre overtroffen. AMSEM is eigenaresse van het pand maar Van Engelen & Co (van belastingfraude verdacht) heeft helemaal geen band met het pand. Wél is van Engelen & Co ook van Leutscher en dreigt rondom Van Engelen een proces wegens belastingfraude.

Vervolgens laat Leutscher Van Engelen & Co failliet gaan, wat voor hem aanleiding is om geen cent van de hypotheek van Slavenburgs Bank af te lossen. Slavenburg laat dan als gebaar beslag leggen op het pand maar zet dat niet door want als het gebouw verkocht zou worden is Leutscher de eerste (en dus enige) die geld krijgt.

De vijfde hypotheek komt weer van Leutscher zelf: Het Nederlands Trustkantoor verleent op 16 oktober 1986 een hypotheek van fl.3.420.000 over een groot deel van Leutschers amsterdamse huizenbezit, waaronder het gebouw Hermes. We zijn nog niet klaar want B & W van Amsterdam hebben ook nog wat op Leutscher te vorderen en denken dat beslaglegging hem tot betalen kan aanzetten. Ze zijn dan na Slavenburgs Bank de tweede beslaglegger en laten dit op 13 april 1987 doen.

Op woensdag 11 mei 1988 laat Leutschers advocaat J.E. Brands zich voor de rechtbank in Arnhem ontvallen dat "alles één pot nat is, al die vennootschappen én zijn vrouw, het gaat maar om één persoon, J.K. Leutscher." We kunnen dus stellen dat hij aan een pand, dat hij in bezit heeft voor ± twee miljoen heeft verstrekt. Maar wie controleert dat en wie heeft dat geld gezien? En wie ziet erop toe of die wel afgelost worden? Zijn die hypotheken eigenlijk wel verstrekt?

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988