Laten we dicht bij huis beginnen:
Keyzersgracht 209: Leutschers nederlandse hoofdkwartier, gebouw "De Hoop".
Dit monumentale grachtenpand kocht hij op 12 maart 1975. Het is het pand wat hij het langst bezit.
In het souterain zit een tennistafelcentrum. Om alle ellende eens van ons af te slaan gaan wij als Spokkers er af en toe na een druk spreekuur ping-pongen. Ook tegen dit centrum heeft Leutscher in het verleden procedures gevoerd. Ze zitten er des al niet te min nog steeds.
Op twee hoog heeft hij ooit officiëel gewoond. Nog steeds staat hij op dat adres in het telefoonboek. Nu slaapt hij als hij in Nederland is op éénhoog, achter het kantoor van de vereniging Nederland-DDR.
Op de bel-etage zit zijn kantoor. Dat is achter die ramen die al jaren niet meer gelapt zijn, achter die stoffige, vergeelde vitrage. Binnen ziet het er net zo stoffig en rommelig uit. Het is echt het knutselhok van de doorgewinterde sjoemelaar.
Aan de grachtenkant van zijn kantoor heeft hij zijn administratie en correspondentie verstopt. Verstopt in met touwen samengebonden paperassen, opgestapeld naast de schoorsteenmantel en her en der op de vloer. Bezoekers moeten daar tussendoor laveren om bij de vergadertafel te komen. Boven die tafel hangt een aartslelijke kroonluchter in jordanees bruin. Schichtig lopen de twee mensen die Leutscher nog in dienst heeft door dit decor.
In het kantoor hangt een sfeer van geheimzinnigheid. Leutscher heeft zijn secretaresse en penningmeester een spreekverbod opgelegd. Voor bezoekers is in zijn ogen een woord al te veel. Ze zeggen geen woord, kijken niet op of om. Tijdens besprekingen houden ze zich maar met een ding bezig: het verwisselen van het typlint. Als de telefoon gaat sprint het hele gezelschap naar het toestel. Leutscher is zijn personeel altijd voor. "Meneer Leutscher" houdt de touwtjes strak in handen.
Ook verliest hij de huurders in gebouw "De Hoop" nooit uit het oog. Het minste en geringste leidt tot konflikten. Vaak moet de rechter er aan te pas komen.
Neem Elisabeth Sevens. Deze bekende hockey-international huurt in 1982 de woning op drie hoog achter. Het is niet veel: een leefruimte, een slaapkamer, een douche en een wc. Het is klein, keurig afgetimmerd met spaanplaat en board als een derde rangs kantoor. Wel is de huur op stand: fl. 700, - Eind 1982 is het feest, ze heeft eindelijk een andere woning gevonden. Het feest duurt niet lang: ze krijgt alweer een konflikt met huisbaas Leutscher. Ze heeft haar, in Leutschers ogen "bedrijfsruimte", niet volgens de regels leeg opgeleverd. Hij stuurt haar een gepeperde rekening fl. 2.929, 43. Ze heeft te weinig huur betaald, de stookkosten zijn hoger uitgevallen, hoe vervelend ook, dergelijke twistpunten ontstaan al snel tussen huisbaas en vertrekkende huurster. De grootste post wordt echter gevormd door herstelkosten: een deur, het sanitair, de verwarming, de kasten en wanden, dat alles is in de loop der jaren versleten. Sevens moet dus in feite betalen voor de renovatie van haar voormalige woonhok. Leutscher wil tenslotte dat ze ook opdraait voor het schoonmaken van het trappenhuis, in totaal fl. 340, - Ze weigert te betalen. Leutscher stapt, alsof hij er abonnement op heeft, naar de rechter. Het is in feite een voor Leutscher marginaal bedrag. Toch wordt het een jaren slepende rechtzaak. Op 30 mei 1986, vier jaar later, doet rechter J.A.J. Peeters uitspraak. Uitspraak is vernietigend voor Leutscher. Hij heeft, aldus rechter Peeters, voor het herstellen van de "schade" en voor het "schoonmaken", "volkomen ongemotiveerd bewijs" geleverd. In begrijpelijke taal: Leutscher heeft niets laten opknappen, noch laten schoonmaken. De vorderingen worden afgewezen. Dat Leutscher de woning ziet als bedrijfsruimte raakt volgens de rechter kant noch wal. Ontevreden over deze uitspraak weigert Leutscher daarop de proceskosten te betalen.
Dat Leutscher als huisbaas het niet alleen laat bij procederen wordt vooral duidelijk in de zaak Looiersgracht 43: Leutscher door het lint.
Advokaat J. Donk over een konflikt dat zich ook buiten de muren van de rechtzaal heeft afgespeeld: "De zaak loopt nog steeds. Misschien dat we over twee maanden eindelijk vonnis krijgen..."
Jan Donk: "Op Looiersgracht 43 in de amsterdamse Jordaan, heeft een frans meisje gewoond. Dat is heel raar gelopen. Die is daar maart 1982 gewoon gaan wonen, wist zij veel. Keurig opgevoed als ze was heeft ze een brief geschreven. Gewoon aan Leutscher, in het engels van: Ik zit er in, het is een beetje slecht, maar ik wil het wel huren. Vanaf dat moment heeft Leutscher gedacht: 'Kind, ik heb je naam en alles wat er gebeurt daar stel ik jou voor aansprakelijk.' Nou daar is hij nog steeds mee bezig. Zij is er al lang uitgegaan. De etage is ondertussen zeven keer gekraakt. De ene kraak nog wonderlijker dan de ander. De Amsterdam Rams hebben daar in opdracht van de er ondergelegen dansschool huisgehouden. Toen is het weer gekraakt. Maar Leutscher doet nog steeds of dat meisje, die inmiddels weer terug is in Frankrijk, daar nog woont. Hij trekt zich er niets van aan: die naam heeft hij, daar bijt hij zich aan vast. Hij doet nu nog steeds gewoon alsof ze er woont en vordert dus ontruiming met schadevergoeding en de huur over al die jaren!"
Jan Donk zucht en vertelt verder: "Inmiddels, we schrijven 1984, was het alweer door een andere groep gekraakt. Die zeiden tegen haar van: 'Weet je wat, wij willen het ook wel huren. Jij bent toch in onderhandeling met Leutscher. Jouw naam is bekend. Wil je niet namens ons onderhandelen?' Zij: 'Nou, dat is goed.'
Dat betekende op een gegeven moment dat we hier aan de tafel een gesprek hadden met de toenmalige makelaar, Leutscher, zij en ik. We zaten dus te onderhandelen, waarop hij opeens begon uit te varen van: Wat een schande dat toch allemaal was. En tegen mij: Ik? Advokaat? Dat leek toch nergens op. Advokaten waren toch mensen van goede doen. Wat was dit nu allemaal? Ik hielp de verkeerde mensen. Toen sloeg hij door. Hij begon van: 'Wat ben jij een lul'. Ik daarop: 'Nou dit hoef ik dus niet te nemen in mijn eigen kantoor, hoe bescheiden dan ook. Ik verzoek u vriendelijk dit pand zo snel mogelijk te verlaten.' Hij weer: 'Daar heb ik niks mee te maken.'
De makelaar schrok wel een beetje. Hij richtte zich tot Leutscher, maar die wist van geen wijken. Nou toen heb ik de politie gebeld. Zij door de telefoon van: Oh, is Leutscher weer bezig. Daar op buro IJ-tunnel was hij al helemaal bekend. 'Geef hem maar even.' Leutscher aan de telefoon, ik pak de hoorn daarna weer terug: 'We hebben afgesproken dat hij er binnen twee minuten uitgaat, want anders komen we wel even langs. We zoeken hem toch nog.'
Of hij zijn klokkie daar op gelijk had gezet. Na precies twee minuten, nadat hij mij hier nog even heeft staan stangen, verliet hij mijn kantoor. De politie nam nog de moeite om mij later terug te bellen: 'Hij is zeker weg.' Ik: 'Ja, hij is net....' 'Dat dachten we wel.'" Donk tenslotte konkluderend over dit voorval op maandagmiddag 19 november 1984: "Hij ging echt helemaal uit zijn bol voor zo'n keurige meneer. Hij had zo'n fraai driedelig donkerblauw pak, met zijn gouden bril, keurig gekamd grijs haar. Maar als hij zijn mond open doet, nou zeg...."
Zo probeerde hij mij nog te paaien van : twee amsterdamse jongens onder mekaar. Ik: ' Laat maar zitten.' Op een gegeven moment gaat hij dan helemaal door het lint: schreeuwen en tieren en bedreigen.... Tja, dat was meneer Leutscher, mijn enige persoonlijke kontakt met hem."
Deze twee voorvallen zijn enige van de vele waarop we gestuit zijn. Leutscher die zijn uiterste best doet om over te komen als een huisjesmelker van het zuiverste water. Het grote geld rolt dan niet over tafel. Het gaat om, voor zijn doen kleinigheden, peanuts. Soms denken huurders nog een goed en waterdicht kontrakt met hem te hebben gesloten. Zo ook kunstenaars in het Klene-blok in de Jordaan. Alles stond in het kontrakt, tot aan onderhoudsverplichtingen toe! Leutscher vindt altijd wel een gaatje. Dit keer was het de borgsom, die opeens veel hoger uitviel dan in de onderhandelingen was vastgelegd. Nadat ze het kontrakt getekend hebben ontdekken ze dat Leutscher de borgsom enkele malen heeft verdubbeld.