tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

DE ONDERGANG VAN VAN ENGELEN

Als textielveredelaar, importeur van goedkope stoffen en kleding uit de Derde Wereld is Leutscher sowieso al een nagel aan de doodskist van de nederlandse konfektie-industrie. We hebben het nu over konfektie. Leutscher beperkt zich allang niet meer tot ruwdoek.

Hij laat het ook niet meer bij het simpel kapotkonkurreren van fabrieken in Nederland. In de regio Eindhoven heeft hij een aandeel in de ondergang van de plaatselijke konfektie- industrie: honderden mensen verliezen daar hun baan in de eerste helft van de zeventiger jaren. Neem "Van Engelen Lederen Kleding" : Hoe haal ik mijn eigen konkurrent in huis en steun ik hem ook nog bij het uitschrijven van mijn eigen doodvonnis. Om over de exekutie maar te zwijgen!

"Van Engelen Lederen Kleding" komt voort uit de leerlooierij P.J. Jaspers. Deze werd in 1870 te Valkenswaard opgericht. Drie kwart eeuw later is er echter niet veel meer van over. Gerard van Engelen, een telg van een familie van leerlooiers, haalt de restanten van het bedrijf naar Leende, naar zijn eigen woonhuis. Veel helpt het aanvankelijk niet. In 1959 is het nog maar een eenmansbedrijf. Maar, enkele jaren later is het tij gekeerd. In 1964 introduceert hij een nieuwe handelsnaam: "Suede-Kleding Industrie". Het is toekomstmuziek. Het bedrijf is niet groot: een atelier en een kantoor. Toch boert van Engelen steeds beter. Veel opdrachten moet hij uitbesteden. Zijn atelier met tien mensen is te klein.

In 1971 koopt van Engelen een fabriek: "Confectie Industrie Schoonebeek". Het is een fabriek met in totaal 75 mensen in dienst. Hoewel deze fabriek regelmatig orders van Van Engelen krijgt heeft het toch veel weg van "muis eet olifant ". Nog vreemder wordt alles als achteraf blijkt dat de koop kontant is betaald.

Voor de buitenwereld is het van Engelen die de fabriek koopt. Maar zo'n succesvol ondernemer is hij niet dat hij de bedragen die daarbij over tafel gaan zomaar kan ophoesten. Daarnaast is Gerard van Engelen al een oude man. Enkele maanden na de koop trekt hij zich terug uit het bedrijf en gaat hij met pensioen. Zijn zoon, Gerard van Engelen jr, neemt het bedrijf over.

In werkelijkheid is het Leutscher die de fabriek koopt. Vanaf dat moment gebeuren er vreemde zaken. Met Leutschers achter de schermen groeit het bedrijf uit tot een van de sterkste in haar branche. Uiteindelijk werken er 180 mensen op drie verschillende lokaties. In 1974 worden de aktiviteiten weer uitgebreid. Samen met Nordland wordt "van Engelen & Co International" opgezet. Dit bedrijf gaat modellen en leer sturen naar Derde Wereldlanden, waaronder Korea. Daar wordt in ateliers de kleding gemaakt, die dan in Nederland wordt verkocht.

Het zijn de modellen van Van Engelen, het is het leer van Van Engelen, alleen de fabriek Van Engelen wordt er niet bij betrokken. Van Engelen konkureert met Van Engelen, een interne prijzenslag. Dit is nog tot daar aan toe.

Vanaf het moment van Leutschers bemoeienis is de administratie van slag. De gehele bedrijfsvoering is voor iedereen behalve Leutscher onduidelijk geworden. De chaos slaat om zich heen.

Op 21 mei 1975 valt het doek voor de fabriek in Leende." Van Engelen Lederen Kleding" is failliet. Curator C.C.J. Baijens in zijn verslag over de afwikkeling van het faillissement aan de rechtbank: 'Voor de hand ligt de konklusie dat, al dan niet bewust, "van Engelen & Co International BV" " van Engelen Lederen Kleding BV" uit de markt heeft gekonkurreerd.'

Lag het maar zo simpel. Wat de curator aantreft is een puinhoop. De administratie van beide bedrijven loopt door elkaar heen. Ook blijken talloze rekeningen niet betaald te zijn. Er staan maar liefst 159 schuldeisers bij Baijens, die het faillissement afwikkelt, op de stoep. De vorderingen beslaan in totaal een bedrag fl. 3.676.212, 76 Maar er is geen cent. Althans, dat wat er is pikt (ja hoor) huisbankier Slavenburg in. Ook is er veel doorgesluisd naar "van Engelen & Co International". Voor de rest kan iedereen naar zijn geld fluiten. De hand van Leutscher wordt wel heel duidelijk wanneer de belastingdienst met haar vorderingen komt. De afgelopen tijd blijkt er geen belasting meer te zijn betaald. De schuld bij de fiscus opgelopen is tot fl. 1.469.131, 05 Er is in totaal meer dan 5 miljoen verdwenen. Slachtoffer van dit alles zijn ook de werknemers want zij worden zonder afvloeiingsregeling op straat gezet. Premies blijken niet betaald te zijn, geld voor achterstallig loon is niet voorhanden.

Denk niet dat na dit alles Leutschers rol in de zaak afgelopen is. Gesteund door Slavenburg biedt hij aan, tegen het nodige commissiegeld, de boedel van van Engelen te verkopen. Curator Baijens heeft geen erg in de dubbelrol die Leutscher speelt.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988