tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

LEUTSCHER, DE BIOGRAFIE.

Bij het spitten in iemands verleden ga je al snel erg ver terug in de tijd. Zo is het ook bij Jakob Koos Leutscher gegaan. Nu is hij een beruchte zakenman-spekulant. Hij heeft legers mensen van diverse pluimage tegen zich in het harnas gejaagd. De vraag daarbij komt dan op: Hoe heeft het zover kunnen komen? Waar is het "mis" gegaan? Je komt al snel op de vraag: Waar komt die man vandaan? Uit welke familie komt hij? Van slagerszoon tot zakenman.

Voor Leutschers familie moeten we erg ver in de tijd terug gaan. De familie komt van oorsprong uit het land van de hoge bergen en de koekoeksklokken, kortom Zwitserland. We hebben het over de 17e eeuw. De Leutschers zijn doopsgezind. Doopsgezinden worden in het kanton Bern, waar ze wonen, vervolgd.

Als er zich een kans voordoet, vluchten de Leutschers. Ze emigreren naar de gastvrije Lage Landen. Ze vestigen zich in de stad en de provincie Groningen. Het grootste deel van de familie woont daar nu nog steeds.

Al in Zwitserland waren de Leutschers boeren. Bepaald niet onbemiddeld, zetten ze in Groningen ook een boerenbedrijf op. Niet ver van de stad Groningen heeft de familie lange tijd drie boerderijen gehad: het Grote, Kleine en Nieuwe Vinkhuis. Alleen het Kleine Vinkhuis bestaat nog. Er is nog een gevelsteen in de achtergevel met de naam van het familielid dat de boerderij in 1869 heeft laten bouwen. De grootvader van Jacob Koos Leutscher is in het Kleine Vinkhuis geboren. We schrijven dan 15 juli 1854. Niet iedereen van zijn talrijke broers en zusters kan de familieboerderij overnemen. De overtollige kinderen van rijke groningse boeren krijgen, zoals toen gebruikelijk, wat geld mee om de rest van hun leven te slijten als neringdoenden. Samen met zijn broer Johan begint grootvader Jacob in de stad Groningen een slagerij. Op 20 december 1887 kopen ze op de veiling het pand aan de A-straat nummer 6 voor de som van fl. 8.250, - Ze verbouwen het tot een slagerij.

Op 21 mei 1894 ziet de vader van Jacob Koos, zaak Johannes het daglicht, boven de slagerij wel te verstaan. Als grootvader Jacob in 1931 sterft, neemt vader zaak de slagerij volgens familietraditie over. De zaken gaan goed. Vader Izaak koop op 5 maart 1940 een mooi groot huis in een groningse buitenwijk, aan de Mesdagstraat nummer 62. 18 November 1970 wordt dit huis weer verkocht. Vader Izaak wil zijn oude dag slijten in Haren. Hij is met de slagerij gestopt. De man overlijdt op 10 mei 1973.

Na de dood van haar man blijft moeder Trijntje wonen in Haren. Doopsgezind als zij is, hangt er voor het raam van haar bescheiden bejaardenwoning een anti-militaristies affiche, van ploegscharen naar zwaarden. Ze woont niet ver van een van haar zoons, tandarts Johan Emil. Zoon en musicus Dirk Johan woont nog steeds in Groningen, in een statige 19e eeuwse villa. De twee andere kinderen uit het slagergezin trekken verder van huis weg. Dochter Jacobina Tetcia woont niet ver van het kantoor van het SPOK.

Jacob Koos, die in dit boek centraal staat, trekt de wijde wereld in.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988