tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988
Links Hoog Rechts

DOOR DE BANK GENOMEN

De zaakjes van Leutscher hebben een onverzettelijke neiging naar het kriminele. Van kruimeldiefstal (een huurder een paar honderd gulden afzetten), tot miljoenenzwendel, niets is hem te min. Het spreekt vanzelf dat zo'n man medeplichtigen van dezelfde allure zoekt. In de nederlandse bankwereld zijn deze zonder moeite te vinden. Des te verwanter de geesten, des te intensiever het kontakt natuurlijk. Vandaar dat we Leutscher telkens zien opduiken bij banken die later het meest in opspraak komen.

Het begin was al spektakulair. In de zestiger jaren was Teixeira de Mattos de huisbankier van Nordland, Leutschers textielbedrijf. Heden ten dage zegt die naam misschien niet zoveel, maar oudere beleggers voelen nog steeds een koude rilling over hun rug lopen als iemand die gevloekte naam uitspreekt. Teixeira was voor de Tweede Wereldoorlog een gerenommeerd bankiershuis. Tijdens de oorlog werden haar joodse eigenaren door de Duitsers vermoord. Na de oorlog nam de staat, in de vorm van het Beheersinstituut, de bank over. In 1956 werd ze overgedragen aan J.M. Fehmers. Waarom? Omdat Fehmers tijdens de oorlog in Londen zat en daar betrokken was bij allerhande duistere zaakjes van "het regeringsapparaat in ballingschap". Dat moest beloond worden... De Duitsers hadden de bank dan wel zo goed als leeggeroofd, voor Fehmers was het een ideaal middel om financiele malversaties te plegen. Hij raakte bekend onder de naam "NV-ruiter". Transakties werden via wirwarren van NV's gevoerd, om te voorkomen dat de duistere zaakjes ontdekt konden worden. Hoewel de bank zich niet alleen met dubieuze zaken bezighield, werd het toch vooral een societeit van zwarthandelaren, ex-SS'ers, landverraders en normale kriminelen. Nu de oorlog voorbij was vulden ze hun tijd met spekuleren en windhandel. De bank verkreeg een zekere faam als tussenstation in de wapenhandel. Kisten "gitaren" naar Cuba, oude oorlogsschepen naar Egypte, als er maar betaald werd. Het was een slangenkuil, zoals later zou blijken toen de bank failliet ging. De oude samenzweerders stapten direkt naar de pers met verhalen hoe ze elkaar en de hele wereld jarenlang bedrogen hadden.

In deze omgeving heeft onze jonge Leutscher heel wat truukjes geleerd. Veel van zijn malversaties zijn exakte kopieën van zijn voorbeelden. Leutschers grote ideaal was in die tijd Reinder Zwolsman, "de Nero van Scheveningen". Zwolsman ontwikkelde zich in korte tijd van eenvoudig makelaar tot de allergrootste spekulant van Nederland. Zijn optreden kenmerkte zich vooral door de "mysterieuze" branden die zijn bezittingen verwoestten als hij er geen sloopvergunning voor kon krijgen. Zwolsman wordt nog dagelijks herdacht door de uitzendingen van de TROS, die is voortgekeomen uit de door hem, Fehmers en de ex-SS'er Heerema opgerichte REM (reklame exploitatiemaatschappij), die in 1964 kommerciële tv uitzond vanaf het REM-eiland bij Katwijk. Leutscher heeft het uiteindelijk nooit zo ver geschopt als Zwolsman. Al poogde hij in 1971 een deel van diens zieltogende imperium over te nemen, hij heeft nooit met waardeloze aandelen een komplete bank gekocht.

Terug naar Teixeira. In 1966 blijkt dat de bank veel meer geld heeft uitgegeven dan ze kan verantwoorden. Paniek als dat bekend wordt. Een flink aantal grote klanten vertrekken en de bank zit in de problemen. Geen enkele bank wil hulp bieden. AMRO-direkteur Klaaszen: "Ik geef geen cent aan die oplichtersbende." De bank moet surseance van betaling aanvragen. Een weekend lang worden er dossiers aangepast en vernietigd. Uiteindelijk blijken vooral grote aantallen kleine spaarders hun geld kwijt te zijn. Er wordt een curator, R. Korthals-Altes, aangesteld, die samen met justitie alle opborrelende schandalen in de doofpot weet te stoppen. De Korthals-Altessen hebben een rijke familietraditie op dit gebied. Al in de dertiger jaren trad er een Korthals-Altes op bij het met mysterien omgeven faillissement van de bankier Mannheimer, en in 1981 zou R's neef F. als Minister van Justitie, in een nog betere positie zijn om de heibel rond Slavenburg te sussen. Ook Slavenburg wordt door Teixeira te hulp geroepen. Meneer Piet, toenmalig direkteur, zond een expeditie, onder leiding van familie-lid Bob, naar de bank. Ze brengen zo'n zwartgallig verslag uit, dat Fehmers geen steun krijgt. In Teixeira hadden ze geen interesse, maar in haar klanten wel. Leutscher, met zijn fijne neus voor duistere zaakjes, stond al snel bij hen op de stoep. Gezien de hierop volgende gebeurtenissen werd hij juichend binnengehaald.

Links Hoog Rechts
tweede zwartboek Jacob Koos Leutscher
Uitgave SPOK nr. 52
juni 1988